Allereerst wat definities van veel voorkomende termen, die je ook op deze pagina's zult tegenkomen.

Digitale baan
Een modelbaan waarbij de besturing van de locomotieven, wissels en seinen geschiedt door het langs digitale weg sturen van commando’s.

Computergestuurde baan
Een digitale baan waarbij de besturing uitgevoerd wordt door een computer.

Treingestuurd
De besturing van treinen geschiedt, door bij de rijspanning een extra signaal mee te sturen waarmee commando’s gegeven kunnen worden over het rijgedrag.

Blokgestuurd
De besturing van de locomotieven geschiedt door de rijspanning in een afgescheiden deel van de baan (een blok) te variëren.

Centrale
Een apparaat dat in staat is spanning op de rails te zetten en commando’s naar locomotieven e.d. te sturen.
Kan meestal gekoppeld worden aan een computer.
Zet meldingen om in bruikbare signalen
Zet commando’s van het bedieningspaneel om in commando’s van het baan-protocol (DCC, Motorola, Selectrix)

Blok
Een stuk spoor waarin zich slechts één trein kan bevinden.
Wissels horen niet in een blok te liggen.
Uitzondering: bij blokgestuurde banen is het gebruikelijk een enkel wissel toe te voegen aan het eind van een blok, zodat een splitsing ontstaat.

Sectie
Een deel van een blok, dat electrisch gescheiden is van de rest van het blok.
Bij stroomdetectie, heb je die nodig t.b.v. bezetmelders.
Bij blokgestuurde systemen is dit ook nodig voor de stroomvoorziening, ook t.b.v. de bezetmelding.

Bezetmelder/terugmelder
Een onderdeel, dat een signaal kan afgeven naar de centrale als er een trein is.
Schakelrail.
Reedrelais en magneten aan de trein.
Lichtsluis.
Stuk rails, waarin het stroomgebruik gemeten wordt (sectie).

Wisselstraat
De verbinding tussen een blok en één of meer andere blokken.
Voor sommige programma’s is de verbinding tussen twee aansluitende blokken ook een wisselstraat.